|
|
|
Wat is een rebreather?
Een rebreather heeft een andere
basiswerking dan een open systeem.
Er zijn drie soorten rebreathers op de
markt, nl. zuurstof rebreathers,
semi-closed rebreathers en
closed-circuit rebreathers.
Iedere rebreather heeft zijn eigen voor-
en nadelen. Alle rebreathers hebben drie
onderdelen die essentieel zijn voor de
werking, nl. een gasvoorraad, een
flexibele counterlong en een
kooldioxide-filter. De flexibele
counterlong neemt het longvolume aan na
uitademing en loopt weer leeg bij
inademing. Het kooldioxide-filter
filtert de kooldioxide (CO2)
uit het uitgeademde gas en voorkomt zo
de opbouw van CO2
vóór een nieuwe inademing. |
|
Het deel van de zuurstof die de duiker
metaboliseert tijdens het duiken moet
aangevuld worden. Dat kan met een
constante toevoer van een zuurstofrijk
ademgas, of met pulsen van puur
zuurstof, dan wel handmatig of
elektronisch gestuurd. De ademcirculatie
is een een-richting verkeer. Het
uitgeademde gas kan dus maar één kant op
en niet twee keer worden ingeademd
alvorens door het filter te zijn geweest
en aangevuld te zijn met zuurstofrijk
gas. De drie soorten rebreathers gaan
allen anders om met ademgas toevoer.
1 -
Open Circuit
2 -
Zuurstof Rebreather
3 -
Semi Closed Rebreather
4 -
Closed Circuit Rebreather |
|
|
|
|
|
Open systeem (OC)
Om te begrijpen wat een rebreather is en
hoe het werkt, is het goed te weten hoe
een conventioneel open circuit
duiksysteem werkt. Dit type systeem
biedt een samengedrukte ademgasvoorraad
en een vragende |
|
regulator om uit te ademen. Het
uitgeademde gas verdwijnt in het water
in de vorm van bellen en gaat verloren.
Het open circuit is inefficiënt omdat
een klein deel van iedere ademtocht
werkelijk gebruikt wordt door de duiker.
Doordat geademd wordt op omgevingsdruk,
wordt het verlies bij grotere diepte
steeds meer. |
|
|
|
|
|
Zuurstof rebreather
Een zuurstof rebreather is de meest
eenvoudige uitvoering. Het heeft een
gasvoorraad van 100% zuurstof die de
gemetaboliseerde zuurstof van de duiker
aanvult. Dat kan door een constante
toevoer (constant mass flow) die dicht
bij de duikers |
|
persoonlijke verbruik zit, maar dit
varieert echter per persoon. Het kan ook
door middel van handmatige toevoer
middels een soort inflator-knop.
Zuurstof rebreathers kunnen tot maximaal
6 meter diep gebruikt worden omdat de
partiële zuurstofdruk (PPO2)
te hoog zou worden op een grotere
diepte. |
|
|
|
|
|
 |
|
|
|
|
|
Semi-closed rebreather (SCR)
Een semi-closed rebreather maakt gebruik
van een zuurstofrijk gasmengsel
aangepast aan de gewenste duikdiepte.
Veelal wordt een nitrox-mengsel van 32%,
40%, 50% of 60% gebruikt. Het werkelijke
percentage zuurstof van het ingeademde
gas bepaald de maximale duikdiepte, net
zoals bij een nitrox duik met een open
systeem. De toevoer gaat met een
constant mass flow de inademlong in
onafhankelijk van de diepte. De
hoeveelheid van de toevoer is
afhankelijk van het gebruikte
gasmengsel. Ten opzichte van een
zuurstof rebreather is de bereikbare
diepte veel hoger zonder gevaar van
zuurstofvergiftiging. Het nadeel is dat
er ook ander gas in het ademgas zit, nl.
stikstof. Omdat dit een inert gas is,
bouwt dit gas zich op in de
ademcirculatie. |
|
Het overvolume dat ontstaat, dient af en
toe afgeblazen te worden, veelal
eenvoudig door een overdruk-ventiel. Een
deel van het afgeblazen homogene gas
bestaat uit zuurstof.
Een semi-closed rebreather heeft geen
exact vaste zuurstofconcentratie. De
fractie zuurstof in de counterlong is
wat lager dan die in de gasvoorraad. Dit
komt omdat de duiker de zuurstof
verbruikt. Daarbij is dit afhankelijk
van de activiteit van de duiker.
Bij een hogere ‘workload’ is de
metabolisme hoger.
Om hypoxia (zuurstof tekort) te
voorkomen, dient het zuurstofpercentage
in de voorraad hoog genoeg te zijn voor
een duik die veel van de duikers
conditie vergt. Hoe hoger de constant
mass flow, des te korter de duiktijd
wordt. Door de constante toevoer gaat er
toch ademgas verloren die wél gebruikt
wordt door een gesloten systeem. |
|
|
|
|
|
 |
|
|
|
|
|
Closed-circuit rebreather (CCR)
Een gesloten systeem rebreather is een
gemengd gas systeem waarmee tot grote
diepten gedoken kan worden. De duiker
krijgt op iedere diepte het optimale
gasmengsel. Het verschil met eerder
genoemde rebreathers is de manier van
toevoeging van zuurstof in de
ademcirculatie. Een closed-circuit
rebreather (CCR) bestaat uit minimal
twee onafhankelijke gasvoorraden, één
met 100% zuurstof en één met een
verdungas (diluent) bestaand uit lucht,
nitrox, heliox of een trimix. De
zuurstof dient om de gemetabiloseerde
zuurstof aan te vullen tot het gewenste
niveau. Het verdungas wordt bepaald voor
elke duik, rekening houdend met diepte
en tijd.
De diluent wordt ook gebruikt in geval
van nood en dient dan ook zo gekozen te
worden dat het te allen tijde |
|
adembaar is op de diepte waar de duiker
is, dit wordt bail-out genoemd. De
diluent wordt gebruikt om het volume in
de ademcirculatie (loop) constant te
houden, bijvoorbeeld bij het afdalen.
Een ander verschil is dat een CCR niet
met een vaste fractie (FO2)
zuurstof werkt, maar met een vaste
partiële zuurstofdruk (PO2).
Dit wordt bereikt door een elektronische
bewaking van de druk van zuurstof in de
loop door middel van zuurstofcellen. De
meeste CCR’s worden computergestuurd en
injecteren automatisch de verbruikte
zuurstof in de loop indien de druk zakt
onder een vooraf bepaald punt
(set-point). Dit systeem is het meest
efficiënt en biedt lange duiktijden.
Enkel bij het opstijgen blaast het
systeem gas af om overdruk te voorkomen. |
|
|
|